Wat je vooraf dient te weten over Montessori

 

Wat is Montessori-onderwijs ?
Montessori-onderwijs is een onderwijsmethode die aan het kind, binnen gemengde leeftijdsgroepen, de mogelijkheid biedt om zich zo veel mogelijk volgens eigen tempo, volgens eigen kunnen, te ontwikkelen.  Dit gebeurt onder de leiding en opvolging van de klasleerkracht.  We doen dit in een gestructureerde leeromgeving gebruikmakend van speciaal ontworpen Montessori-materialen.  Binnen het Montessori-onderwijs wordt zeer sterk gewerkt op zelfstandigheid en verantwoordelijkheid.  Vaardigheden die van pas komen in het latere leven.
Gemengde leeftijdsgroepen

Het Montessori-onderwijs werkt met groepen kinderen van verschillende leeftijden.  In onze school kiezen we ervoor om drie leeftijden in één klasgroep te plaatsen.  In een Montessoriklas, waarin kinderen van verschillende leeftijden samen zijn, vindt ieder kind een ruim aanbod van leermogelijkheden.

Als kinderen voor het eerst op school komen, hebben zij het voordeel dat zij kunnen leren van oudere, meer ervaren leerlingen.  Later zullen zij zelf in staat zijn om anderen te helpen met het leren van dingen die zij dan al zelf beheersen.

Dit wordt in de eerste plaats gedaan met het oog op de sociale ontwikkeling, maar ook om de individualisering (met behulp van Montessorimaterialen) in het onderwijs mogelijk te maken en de continuïteit in het onderwijsleerproces niet te belemmeren.  Wat betreft de sociale ontwikkeling: ouderen werken met jongeren, je bent niet altijd de oudste of jongste in de groep.  Er is dus minder kans op het ontstaan van meerder- of minderwaardigheidsgevoelens.

Je leert echt rekening houden met elkaar.  Zo’n groepsindeling is veel natuurlijker dan de uniforme situatie van het jaarklassensysteem (leerlingen volgens leeftijd in één klasgroep).  Een leerling zit gewoonlijk drie jaar bij dezelfde leerkracht.  Het voordeel hiervan is dat beiden elkaar goed leren kennen en aanvoelen.  Het ligt voor de hand dat dit de kinderen alleen maar ten goede zal komen.

Eigen tempo, eigen kunnen onder leiding en opvolging van de leerkracht

Door observatie, door het persoonlijk contact bij het aanbieden van het materiaal, door stimulering van zelfwerkzaamheid, door attent te zijn op bijzonderheden die extra aandacht vragen, probeert de leerkracht zo veel mogelijk onderwijs op maat te geven.

Ook d.m.v. toetsmomenten, door een uitgekiend verslagsysteem over de bezigheden en vorderingen van het kind, door gesprekken over het werk met het kind zelf en – van tijd tot tijd – in de besprekingen met de ouders.

Een aantal thema’s of leerstofonderdelen worden klassikaal behandeld.  Het is de bedoeling dat door zo’n klassikale les de kinderen gemotiveerd worden om zelfstandig het besprokene te gaan verwerken.
Dat gebeurt door er werkjes, verslagen e.d. over te maken.  De leerkracht kan daar o.a. aan zien of het geleerde begrepen is.

Er wordt niet uitgegaan van de zogenaamde gemiddelde leerling.  Er is dus geen tijdverspilling door een gemiddeld tempo.  Ieders eigen aard en aanleg wordt gerespecteerd.  Het kind krijgt de kans om op zijn manier en in zijn tempo voort te gaan.

De 10-Montessori-klasregels zijn onderdeel van de gestructureerde leeromgeving
  1.   Ik ben altijd bezig.
  2.  Ik laat mij niet door anderen storen.
  3.  Ik stoor de anderen niet.
  4.  Ik beëindig wat ik begon.
  5.  Ik beheers mijzelf.
  6.  Ik werk met orde.
  7.  Ik werk net.
  8.  Ik werk nauwkeurig.
  9.  Ik vermijd lawaai.
  10. Ik ben altijd beleefd.

De school zal deze klasregels vertalen naar de kinderen toe en omzetten in de praktijk.

De Montessorimaterialen

Het Montessorimateriaal is ontwikkelingsmateriaal.  Dit wil zeggen dat het materiaal bij de kinderen een ontwikkelingsproces in gang zet.  Door het werken met het materiaal verwerven de kinderen inzicht in de leerstof.

Het ontwikkelingsmateriaal dat op alle Montessorischolen wordt gebruikt is uitgewerkt door Maria Montessori.  Na veel wetenschappelijk onderzoek heeft zij een selectie aan materialen samengesteld dat voldoet aan een aantal eigenschappen, hierna ook vermeld.

Het doel van de materialen is het kind te helpen in zijn ontwikkeling door hem een omgeving aan te bieden, die de zelfwerkzaamheid (zelfstandigheid) bevordert.

Naast het Montessorimateriaal gebruiken leerkrachten ook andere materialen en eigen uitgewerkt materiaal om het leerproces van de kinderen sturing te geven.

De eigenschappen van het materiaal

 Interesse opwekken.

  • Het materiaal nodigt uit tot ontdekken, waardoor het kind verschillende ervaringen opdoet.

Controle van de fout.

  • Dit wil zeggen dat het kind zelf zijn “fout” kan ontdekken. De controle van de fout is fundamenteel omdat het kind door zelfwerkzaamheid en zelfvertrouwen alle aspecten van zijn persoonlijkheid kan ontwikkelen.

Isolatie van de eigenschap.

  • Het materiaal bevat een specifieke eigenschap, die er als het ware uitspringt. Die eigenschap is wat we het kind willen leren.

Opklimming in de moeilijkheid.

  • Het materiaal is zo opgebouwd dat het voor de jongste kinderen heel concreet is en voor de oudere kinderen meer abstract wordt.

Beperking in de hoeveelheid.

  • Elk materiaal bestaat uit één geheel met een niet te groot aantal onderdelen, meestal niet meer dan 10. Op deze manier blijft het geheel overzichtelijk voor de kinderen. Bovendien is elk materiaal in beperkt aantal aanwezig waardoor de kinderen op elkaar leren wachten, met elkaar leren samenwerken of zich aanpassen door ander materiaal te kiezen.

Multifunctioneel.

  • Bepaalde materialen worden bij de kleuters gebruikt om bijvoorbeeld begrippen zoals groter en kleiner aan te brengen.  Bij de oudere kinderen worden dezelfde materialen gebruikt om bijvoorbeeld volume aan te geven.

 

De verschillende soorten van materiaal (met een aantal voorbeelden)

 Huishoudelijk materiaal:

  • Deze materialen hebben betrekking op:

–  De verzorging van jezelf.

–  De verzorging van de omgeving.

 

Zintuiglijk materiaal:

  • Deze materialen bieden de mogelijkheid de zintuigen te gebruiken om de wereld rond zich heen te ervaren.  Het kind leert hiermee de verschillen beoordelen in hoogte, lengte, gewicht, in kleuren, geluiden, geuren en ook in vormen en stoffen.  Deze materialen staan ook in voor de begripsvorming van de kinderen.

 

 

 

 

Ontwikkelingsmateriaal.

  • Dit wil zeggen dat het materiaal bij de kinderen een ontwikkelingsproces in gang zet.  Door het werken met het materiaal verwerven de kinderen inzicht in de leerstof.

Rekenmateriaal.

 

 

 

 

Taalmateriaal.

 

 

Materiaal voor kosmische opvoeding (wereldoriëntatie). 

Waarom kiezen we voor Montessori-onderwijs

Kinderen voelen zich goed

  • We houden meer rekening met de verschillen tussen kinderen.
  • We respecteren het eigen tempo van het kind .
  • Hoog welbevinden: als een kind zich goed voelt, leert het beter.
  • Minder stress.
  • Minder agressie.

Grote betrokkenheid van de kinderen

  • Intensief en zelfstandig leren door de kinderen.
  • Wij streven naar een grote individuele aanpak.
  • De kinderen beschikken over een uitgebreid gamma van handelingsmaterialen.
  • “Al doende, leren we”.

Een stimulerende leeromgeving met extra aandacht voor opvoeding

  • De methode biedt een omgeving met structuur en discipline aan.
  • De werksfeer is gericht op het bevorderen van het leren.
  • Kinderen leren hun werk plannen.
  • Een belangrijke klemtoon ligt op de wellevendheid van de kinderen.
  • Minder competitief.  Werken met een doelenrapport (dit is een rapport met specifieke omschrijving van wat kinderen dienen te bereiken).
  • Beter leren omgaan met vrijheid.

Leeftijdsgroepen van meer dan één jaar

  • In deze onderwijsvorm verlaten we bewust de klassieke indeling van een klasgroep per leeftijd en gaan we werken met drie leeftijden in één klasgroep.
  • We kiezen voor bredere leeftijdsgroepen omdat dit de leerkansen verhoogt.

Wij bieden maximale kansen tot ontwikkeling

  • De leerkracht is de begeleider van het leerproces en volgt de leervorderingen nauwkeurig op.

 

Kinderen die afstuderen aan een Montessorischool zijn zelfstandige, verantwoordelijke kinderen, die op een zorgzame manier omgaan met elkaar en de dingen rondom hen.