Vragen over het leren van de kinderen

 

Wat met huiswerk binnen Montessori?

Men geeft geen huiswerk in de traditionele zin : kinderen moeten niet thuis nog eens inoefenen wat die dag op school werd geleerd.

Wel vraagt men in de groep van 1ste-2de leerjaar om thuis te oefenen voor lezen, de maaltafels te leren, prenten op te zoeken …. .

In de hogere klassen (3de – 4de – 5de en 6de) ligt het accent op leren studeren. Hier vraagt men om de spellingsregels te oefenen, Franse woordenschat, Nederlandse woordenschat, kosmische opvoeding (wereldoriëntatie) wordt thuis voorbereid, iets verwerken op computer en presenteren voor de klas, …. .  De school maakt hiervoor een afsprakenoverzicht tussen de verschillende leeftijden.

Is het gebruik van handboeken gelimiteerd of worden er helemaal geen handboeken meer gebruikt?
In een Montessorischool gebruikt men minder werkschriften, men gebruikt veelal werkkaarten die werden samengesteld uit verschillende methoden.  De leerlingen maken krijgen gevarieerde werk- en inoefenvormen aangeboden.  Voor godsdienst en Frans is er wel een methode.
Hoe ziet een lesuur eruit ? Wordt er nog gestart met uitleg van de leerkracht? Is er nog klassikale instructie?
De leerlingen komen binnen, hebben al dan niet een kort moment samen en dan gaan ze aan het werk.  De leerkracht ondersteunt, geeft uitleg, ook instructie aan sommigen en begeleidt.  De leerkracht maakt ook ruim de tijd om de kinderen te observeren : zijn mijn leerlingen goed aan het werk, “zijn ze altijd zinvol bezig”?  Sommige lessen verlopen klassikaal en ook het belang van groepswerk wordt niet over het hoofd gezien.
Wanneer kinderen met verschillende taken bezig zijn in de klas, ontstaat er dan geen rumoer en chaos?

Als je een Montessoriklas binnengaat is de rust en structuur een heel opvallend feit.  Zie ook de 10-Montessoriregels.  Kinderen werken tijdens het zelfstandig werk allen aan hun eigen opdrachten.  Bij de jongsten wordt dit sterk gestuurd door de leerkrachten, de ouderen leren zelf hun werkplanning opstellen.

Het leerproces verloopt op een rustige manier en de leerkracht heeft tijd om kinderen individueel of in kleine groepjes te ondersteunen.

Wat is ongeveer het percentage groepswerk / klassikaal werk / individueel werk?

 Op Montessorischolen worden verschillende groeperingsvormen naast elkaar gebruikt. Leerlingen werken individueel of samen (meestal met zelfgekozen partners).  Soms zijn er ook groepsopdrachten.  Tenslotte wordt er ook klassikaal gewerkt, bij lessen of gesprekken.  Wel wordt op Montessorischolen veel tijd uitgetrokken om zelfstandig te werken; daarvoor wordt ook aparte tijd ingeroosterd.  Een deel van die tijd is keuzewerktijd: tijd waarin leerlingen kunnen kiezen aan welk vak ze werken, met wie, waar en soms ook op wat voor manier.  Je kan dit wat vergelijken met de werking van ons contractwerk in de lagere school.

De keuzevrijheid is niet steeds even groot, maar telkens ligt de nadruk op het leren kiezen.

We streven volgende verhouding na:

Individueel werk:  50%

Groepswerk:  25%

Klassikaal werk:  25%

Bovenstaande percentages zijn berekend op de bovenbouw (kinderen leeftijd 4de-5de-6de leerjaar) en geven slechts een indicatie mee.  Er zijn verschillen van leeftijdsgroep tot leeftijdsgroep.

 

In het klassieke onderwijssysteem wordt er meer volgens onderstaande verhouding gewerkt:

Individueel werk:  20%

Groepswerk:  20%

Klassikaal werk:  60%

Ook hier ga je afwijkingen hebben op de percentages volgens de leeftijden van de kinderen.

Wat is de invulling van individueel werk?

 De leerkracht probeert zo veel mogelijk onderwijs op maat te geven

– door grote belangstelling voor het kind,

– door observatie,

– door het persoonlijk contact bij het aanbieden van het materiaal,

– door stimulering van zelfwerkzaamheid,

– door attent te zijn op bijzonderheden die extra aandacht vragen,

– d.m.v. toetsmomenten,

– door een uitgekiend verslagsysteem over de bezigheden en vorderingen van het kind,

– door gesprekken over het werk met het kind zelf en – van tijd tot tijd – in de

verslagbesprekingen met de ouders.

Bepaalde onderdelen van kosmisch onderwijs (wereldoriëntatie) worden in groep behandeld.  Het is de bedoeling dat zo’n groepsles de kinderen motiveert om dan zelfstandig de leerstof te verwerken.
Dat gebeurt door  werkjes, verslagen e.d. te maken.  De leerkracht kan daaraan zien of de stof begrepen is.

 

Wat met computerlessen?

 De computer is een schitterend medium om te integreren in de klaspraktijk.

In heel wat leerpakketten op de computer vinden we de Montessoriprincipes terug, zoals: zelfstandig werken, controle van de fout, inzichtelijk leren, … .

We willen kinderen leren om functioneel om  te gaan met de digitale media: vb. de leerlingen werken een presentatie uit rond een bepaald project dat de kinderen kunnen toelichten door middel van het digitale bord, leerlingen zoeken functioneel op d.m.v. tablet, computer, laptop, …

Worden er buiten de ‘toetertesten’ (5-jarigen) en de ‘diocesane proeven’ (lagere school – 4de- 6de leerjaar) nog toetsmomenten voorzien?

 Er zijn toetsen maar ze worden voor de meeste vakonderdelen niet meer klassikaal afgenomen, omdat de kinderen een meer individueel leertraject volgen.

De leerkracht volgt hun leerproces nauwgezet op.  Wanneer ze een leerstofpakket verwerkt hebben volgt een toets.

De toetertesten worden ook binnen Montessori afgenomen bij de 5-jarigen en de school werkt ook met een leerlingvolgsysteem.

Op bepaalde momenten toetsen we bij oudere leerlingen ook grotere leerstofgehelen.

Hoe zit de lees- en schrijfmethode in elkaar?

 Er is een leesmethode uitgewerkt door Montessori:

Men begint reeds van in de onderbouw (kleuterschool) met lees- en schrijfoefeningen.

De kinderen werken met (schrijf)letters van schuurpapier (voelen, leggen, maken, spelen, benoemen…).  De kinderen beginnen met letters in zand te schrijven.  Er wordt geknutseld met letters : in plasticine, letters schilderen, … .

Dan gaan zij woordjes leggen met deze letters.  Koppelen van de letters.

Automatisch komen zij na koppeling van de letters tot lezen.

Dan worden er leeswerkjes gemaakt, waarna men overgaat naar het lezen van leesboekjes.

Een aantal kinderen kunnen lezen als zij naar het eerste leerjaar gaan.

Wat met de bewegingslessen en het creatieve?
Muzische ontwikkelvelden komen op verschillende manieren aan bod.  Dit kan individueel maar er wordt ook nog klassikaal gewerkt op bepaalde momenten.  Binnen kosmische opvoeding (wereldoriëntatie) wordt heel veel rond creativiteit gewerkt.  De bewegingslessen (zwemmen, turnen) lopen net zoals nu gewoon door.
Hoe wordt er omgegaan met sterkere en zwakkere leerlingen?
Doordat er meer op eigen tempo van de kinderen gewerkt wordt, zullen sterkere leerlingen sneller de leerstof verwerken en ook sneller aan de uitbreiding- of verdiepingsleerstof kunnen beginnen.  We bieden hen binnen de Montessorivisie extra uitdaging aan.  Kinderen die meer tijd nodig hebben voor de verwerking krijgen hiertoe alle kansen.  We gaan steeds proberen aan te sluiten bij de naaste ontwikkeling van de kinderen.  Dit wil zeggen: wat kent een kind al en hierop verder bouwen.  Dit zal de motivatie en het zelfvertrouwen van zowel de tragere leerling als de snellere leerling ten goede komen.
Een kind bereikt midden zesde leerjaar de eindtermen. Wat gebeurt er de rest van het schooljaar?
Wanneer een kind de leerstofinhoud van een bepaald leerjaar bereikt heeft zal bekeken worden in samenspraak met het CLB (centrum voor leerlingenbegeleiding) of een vervroegde overstap naar een hogere groep mogelijk is.  Wanneer een kind bijvoorbeeld eind vijfde leerjaar de leerstof van de basisschool bereikt heeft kan ook bekeken worden in samenspraak met het CLB of een vervroegde overstap naar het secundair onderwijs aangewezen is.  Deze principes hanteren we ook nu.  Een overstap in het midden van een schooljaar naar het secundair onderwijs is echter niet mogelijk (ook niet binnen ons huidige systeem).  Daarom zullen wij indien een leerling midden 6de leerjaar de eindtermen van het basisonderwijs behaald heeft uitbreidingsleerstof aanreiken en extra uitdaging aanbieden.
Wat is de betekenis van het klasplantje?
In het Montessori-onderwijs is ‘zorg voor de omgeving’ een belangrijk begrip.  Kinderen leren zelfstandig voor hun eigen plantje te zorgen en zorg voor de omgeving te ontwikkelen. Bovendien geven de plantjes kleur en fleur aan het lokaal en wekken ze bij de kinderen interesse op voor de natuur.